Mijn eerste gedachte bij Toonkunst en Jos Vermunt was: monumentaal. Ik wilde een indrukwekkend stuk maken, als uit steen gehouwen. Vandaar ook dat ik koos voor een oertekst, alsof het koor spreekt met ‘de stem van de Goden.’ (of de Engelen, zo jullie willen.) Omdat ik weet dat Jos, net als ik, van Strawinsky houdt, zit die invloed er ook in, vooral in het eerste deel. Dat deel beschrijft de zon, maar dan vooral haar barbaarse, ruwe energie. Deel 2 is een verfijnder, verlangend deel, waarin de hoop wordt uitgesproken dat de mens de schoonheid van het heelal herkent. Deel 3 is een soort ‘dag des oordeels’, over alles wat de mens elkaar aandoet uit onwetendheid, uit geestelijke luiheid, uit het je niet willen verdiepen in een ander, enfin, kijk maar naar het journaal. Deel 4 komt dan weer terug op het oerlicht, maar dit keer is het eerder een ster, een licht in het donker. Het stuk eindigt hoopvol, maar niet uitbundig.

Joost Kleppe
Februari 2004